baksel
onzijdig (het)/'bɑksəl/
Wat is de betekenis van baksel?
baksel betekent: datgene wat gebakken is of wordt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- datgene wat gebakken is of wordt
Voorbeelden van "baksel" in een zin
- Zij hield haar baksel goed in de gaten door het raampje van de oven.
Etymologie
* van bakken .
Vertalingen
Spaanshornada
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek