baksel

onzijdig (het)/'bɑksəl/

Wat is de betekenis van baksel?

baksel betekent: datgene wat gebakken is of wordt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. datgene wat gebakken is of wordt

Voorbeelden van "baksel" in een zin

  • Zij hield haar baksel goed in de gaten door het raampje van de oven.

Etymologie

* van bakken .

Vertalingen

Spaanshornada