baktrog
mannelijk (de)/'bɑktrɔx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- trog waarin men deeg kneedtGezegend zal zijn uw korf en uw baktrog, wanneer u de geboden van de Heere uw God zult houden en in Zijn wegen zult wandelen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek