baliekluiver

mannelijk (de)/ˈbaliˌklœyvər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheldwoord (scheldwoord) iemand die geen nuttige bezigheden heeft
    Een baliekluiver kijkt graag hoe anderen werken

Etymologie

* , letterlijk "iemand die over de rand (balie [3]) van de brug hangt en aldus zijn tijd verdoet", in de betekenis van ‘leegloper’ voor het eerst aangetroffen in 1860

Vertalingen

Spaansmirón