Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

bamiakkoord

onzijdig (het)/ˈbamiˌʔɑkort/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. politiek (politiek) overeenkomst tussen de coalitiepartijen CDA en PvdA, waarbij werd overeengekomen WAO’ers opnieuw te keuren; soms gebruikt als soortnaam voor dit type afspraken
    Onenigheid met het CDA over de uitwerking van de WAO-maatregel leidde bijna tot de val van Lubbers III, maar werd bezworen met het ‘bamiakkoord’ van januari 1993.

Etymologie

*, naar het gerecht dat de onderhandelaars tijdens de gesprekken over de overeenkomst aten in het huis van de toenmalige minster van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, ; aaneengeschreven volgens (-ia- levert geen klinkerbotsing op)