bandbreuk
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbɑndbrøk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- lekke band bij het fietsenRoutiniers onder de fans hielden natuurlijk een reservewiel in de aanslag. Als hun favoriet een bandbreuk kreeg, waren zij voor eeuwig de held. NRC D. Wittenberg 5 april 1993 [https://www.nrc.nl/nieuws/1993/04/05/alleen-de-standvastigen-zijn-in-staat-haar-te-bezweren-7178660-a96151 Alleen de standvastigen zijn in staat haar te bezweren]Adri van der Poel, die lang met de besten meeging, had niet één maal een bandbreuk. "Als de kasseien schoon zijn is het een mooie koers", zei hij na afloop. NRC G. de Vries 11 april 1994 [https://www.nrc.nl/nieuws/1994/04/11/kasseienkoning-tchmile-is-een-dag-als-merckx-7220688-a332516 Kasseienkoning Tchmile is één dag als Merckx]Decock heeft een genuanceerde versie van de beroemde valpartij. "Ik zag dat hij bandbreuk had. Hij plofte tegen een muurtje en dook de dieperik in. Ik dacht: godverdimme, het is gedaan met Wimme. Ik wist niet wat er achter dat muurtje was. Ik was ervan overtuigd dat hij dood was. Wimme moet een engeltje op zijn schouder hebben gehad." NRC J. Bloembergen 16 juli 2001 [https://www.nrc.nl/nieuws/2001/07/16/een-boterbloem-in-het-struikgewas-7549809-a1324968 EEN BOTERBLOEM IN HET STRUIKGEWAS]
Vertalingen
Engelstape breakage
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek