Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

bandkeramiek

vrouwelijk (de)/ˈbɑntkeraˌmik/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. archeologie (archeologie) rondom met ingekraste stroken versierd aardewerk dat kenmerkend is voor de mensen die rond 5.000 v.C. in Midden-Europa en de Lage Landen leefden
    (…) bij Geleen hebben wij veel bandkeramiek gevonden van ongeveer vijfduizend jaar voor Christus.
  2. archeologie, metonymisch (archeologie) (metonymisch) neolithische cultuur tussen 5.600 en 4.400 in Midden-Europa en de Lage Landen
    In de cirkel werden onder andere potscherven uit de Rössen-cultuur gevonden: een tot de late bandkeramiek behorende cultuur uit de steentijd waarvan de ouderdom is bepaald op 4800-4300 voor Christus.