banket

onzijdig (het)/bɑŋ'kɛt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding, feest (voeding), (feest) een feestelijke en vaak ook officiële maaltijd
    Zij gaven gisteren een banket.
    Slechts twee jaar later zeilde hij het mooiste en snelste jacht dat er toen was naar de overwinning in de Kielregatta en zat aan de tafel van de Kaiser bij het afsluitende banket, net verloofd met Ingeborg.
  2. voeding (voeding) een vet en zoet gebak van bladerdeeg dat gevuld is met spijs [2]
    Wij vinden banket heerlijk!
  3. waterbeheer (waterbeheer) horizontaal gedeelte in een talud; ook gebruikt als ophoging op het strand tegen de duinvoet

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘feestmaal’ voor het eerst aangetroffen in 1483

Vertalingen

Engelsbanquet
DuitsBankett, Feingebäck
Spaansbanquete