bank
Wat is de betekenis van bank?
bank betekent: (materiaalkunde) breed houten of metalen voorwerp waarop mensen kunnen zitten
Betekenis
- (materiaalkunde) breed houten of metalen voorwerp waarop mensen kunnen zitten
- harde langwerpige constructie zoals die vaak in kerken, openbaar vervoer en buiten is te vinden
- (meubel) comfortabel bekleed meubelstuk waar meer mensen naast elkaar op kunnen zitten
- (financieel) instelling die geld beheert en uitleent
- (waterbeheer) een ondiepte in het water
- (bouwkunde), (financieel) gebouw waarin een als bij [2] genoemde financiële instelling gevestigd is
- een opslagsysteem voor gegevens of voorwerpen b.v. beeldbank, bloedbank, boekenbank, kennisbank, spermabank
- (geologie) harde aardlaag
- (meteorologie) donkere laag of streep van wolken aan de horizon
- (werktuigbouwkunde) werktafel, zoals een draaibank etc.
Voorbeelden van "bank" in een zin
- Hij voerde de eendjes vanop de bank in het park.
- Op de ochtend dat hij bij het Skelton werd verwacht, zat hij op een bank midden op het plein op me te wachten.
- Ze zaten op de bank naar de tv te kijken.
- Hierna ging ze tegenover me op een versleten bank zitten en drapeerde, als op een bruidsstoel, de kamerjas om zich heen De kamer stond vol met boeken, voornamelijk poëzie en boeken met titels die naar bloedige en tumultueuze verhalen verwezen, gebeurtenissen die me vaag bekend voorkwamen.
- De bank verlaagde de rente.
Betekenis en uitleg van bank
Het woord 'bank' heeft verschillende betekenissen, maar over het algemeen verwijst het naar een meubelstuk waarop je kunt zitten of een financiële instelling waar je geld kunt sparen of lenen. In beide gevallen biedt de 'bank' een plek voor ondersteuning, of het nu gaat om fysieke rust of financiële stabiliteit.
Je gebruikt het woord 'bank' vaak in de context van meubelen, zoals in een woonkamer of park, waar mensen samenkomen om te zitten en te ontspannen. Aan de andere kant wordt het ook gebruikt in financiële gesprekken, bijvoorbeeld wanneer je het hebt over sparen, leningen of hypotheken. De nuance hangt sterk af van de context waarin het woord wordt gebruikt, waardoor het veelzijdig is.
Voorbeelden
- Na een lange wandeling gingen we op de bank in het park zitten om van het uitzicht te genieten.
- Ze bracht haar spaargeld naar de bank om het veilig te stellen en rente te verdienen.
- Tijdens de vergadering legde hij de financiële situatie van de bank uit aan zijn collega's.
Woordoorsprong
Het woord 'bank' komt van het Middelnederlandse 'banck', dat een houten bank of tafel betekende. Het heeft zich ontwikkeld naar de huidige betekenissen in het Nederlands.
Veelgestelde vragen over bank
Wat is de betekenis van bank?
bank betekent: (materiaalkunde) breed houten of metalen voorwerp waarop mensen kunnen zitten
Hoeveel betekenissen heeft bank?
bank heeft 10 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft bank?
bank is een mannelijk/vrouwelijk (de).
Hoe gebruik je bank in een zin?
Voorbeeld: “Hij voerde de eendjes vanop de bank in het park.”
Etymologie
* Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘geldbank’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1467
Uitdrukkingen
- Op de bank zitten — Geen werkopdracht hebben
- Het niet onder stoelen of banken steken — Je niet stil houden, maar je mening openlijk uiten
- Voor stoelen en banken praten — Maar weinigen die naar iemands verhaal luisteren
- Zo zeker als de bank — Iemand die in alles te vertrouwen is
- [3] : bank