canapé
mannelijk (de)/kana'pe/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bank om op te zitten of te liggen en alle standen daartussenin
- stukje geroosterd brood zonder korst
- een conventie waarbij een speler zijn langste kleur eerst met zijn tweede bod aangeeft
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bank’ voor het eerst aangetroffen in 1734
Vertalingen
Engelscouch
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek