canapé

mannelijk (de)/kana'pe/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bank om op te zitten of te liggen en alle standen daartussenin
  2. stukje geroosterd brood zonder korst
  3. een conventie waarbij een speler zijn langste kleur eerst met zijn tweede bod aangeeft

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bank’ voor het eerst aangetroffen in 1734

Vertalingen

Engelscouch