sofa

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. meubel (meubel) een gestoffeerde zitbank met een rugleuning
    Het kind had per ongeluk cola over de gloednieuwe sofa gegooid.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bank’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1698

Vertalingen

Spaanssofá