sof
mannelijk (de)/sɔf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (informeel) mislukking, tegenslag, teleurstelling, debacle, afgangTen diepste zijn we een sof [http://www.trouw.nl/tr/nl/4512/Cultuur/archief/article/detail/2498821/2001/11/09/Ten-diepste-zijn-we-een-sof.dhtml Trouw 2001].
- 22ste, laatste letter van het alfabet, in gespirantiseerde versie
Etymologie
* [2] Herkomst: Jiddisj
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek