zetel
Wat is de betekenis van zetel?
zetel betekent: (meubel) constructie bestemd om prettig op te zitten
Betekenis
- (meubel) constructie bestemd om prettig op te zitten
- comfortabel bekleed zitmeubel in salonOorspronkelijke betekenis, in Nederland niet meer gangbaar
- plechtige aanduiding voor een zitplaats
- (figuurlijk) lidmaatschap van een raad of vergadering met een beperkt aantal leden
- (juridisch) plaats waar een organisatie gevestigd is
- (België) nevenvestiging van een organisatie
Voorbeelden van "zetel" in een zin
- Hij zat onderuit in zijn zetel.
- De koning verhief zich van zijn zetel en sprak het gezelschap toe.
- Deze partij zal wel een paar zeteltjes in moeten leveren bij de verkiezingen.
- De zetel van het Europese Hof is in Luxemburg.
Betekenis en uitleg van zetel
Een zetel is een meubelstuk dat bedoeld is om op te zitten, vaak met een comfortabele bekleding. Dit kan variëren van een eenvoudige stoel tot een luxe bank, en het is de plek waar je kunt ontspannen of samenkomen met anderen.
Het woord 'zetel' wordt vaak gebruikt in de context van meubels in de woonkamer, maar kan ook figuurlijk gebruikt worden, zoals in de term 'zetel van de macht'. Je kunt het woord gebruiken wanneer je het hebt over een plaats om te zitten, maar ook in bredere zin om een positie of functie aan te duiden. Het heeft een warme connotatie, wat het een populaire keuze maakt in alledaagse gesprekken over comfort en saamhorigheid.
Voorbeelden
- Na een lange dag op het werk plof ik altijd neer op mijn favoriete zetel.
- Tijdens het familiefeest zaten we gezellig allemaal op de zetels in de woonkamer.
- In de raadzaal neemt de burgemeester plaats in de zetel van de voorzitter.
Veelgestelde vragen over zetel
Wat is de betekenis van zetel?
zetel betekent: (meubel) constructie bestemd om prettig op te zitten
Hoeveel betekenissen heeft zetel?
zetel heeft 6 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft zetel?
zetel is een mannelijk (de).
Hoe gebruik je zetel in een zin?
Voorbeeld: “Hij zat onderuit in zijn zetel.”
Etymologie
*van Middelnederlands "setel", in de betekenis van ‘zitplaats’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285