Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

bankfraudeur

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die met behulp van een bank bedrog pleegt
    Duitsland en Frankrijk konden één land zijn geworden, of meerdere landen met dezelfde taal, zoals Luxemburg, België en Frankrijk? Zou het bergland Zwitserland, moeilijk te veroveren en niet zo waardevol voor de tijd van de klokken, chocoladerepen en bankfraudeurs, het enige gebied in Europa zijn geworden waar ze Duits spraken? En hoe had de taal van de Germanen geklonken als die gelatiniseerd was? De fantasieën losten elkaar af.
    In Frankrijk is hij meer een beroemdheid dan een crimineel. De grootste bankfraudeur uit de geschiedenis, Jérôme Kerviel. Hij liet het astronomische bedrag van 5 miljard euro verdampen door foute speculaties. En hij verzette zich tot op het laatst tegen zijn gevangenisstraf. Maar die strijd heeft hij nu verloren.