bankmanager

mannelijk (de)/ˈbɑŋkmɛnədʒər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. leidinggevende in een bankkantoor
    Toen ze in London had gewerkt, als onbeduidende secretaresse van een belangrijke bankmanager, had ze zich nooit zo gevoeld.
    ,,Er zaten ook munten uit andere landen en regio’s tussen, waaronder exemplaren uit China, Japan, de VS en Zuid-Korea,” vertelt de bankmanager. 500 van de muntjes blijken flink geoxideerd te zijn, wat het tellen nog verder bemoeilijkte. Er moest worden gepoetst.