Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
bankoe
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbɑŋku/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (financieel) betaalmiddel in de vorm van een stukje bedrukt papier
- (numismatiek) (jongerentaal) biljet of bedrag van 50 euroIk sprak de winnaar van de ratingprijs van het Beach Chess Toernooi en die vertelde me dat hij van zijn ouders voor elke overwinning een donnie kreeg. Een donnie bleek 10 euro te zijn. Volgens hem draaide het allemaal om doekoe (geld). Zijn streven was om zeker vijf keer te winnen, want dan zouden er vijf donnies opgestreken worden. Vijf donnies bij elkaar opgeteld werd een bankoe (50 euro).
- (onder criminelen) bedrag van 50.000 euro'Oke, als Rotje je vraagt, zeg je bankoe goed?' schrijft Suarez. Bankoe is 50.000 euro. Daarmee stelt hij voor dat Rotje 25.000 euro minder betaald krijgt, maar dat Furby dat wel geheim moet houden.
- (verouderd) (straattaal) (numismatiek) biljet van 50 gulden
- (verouderd) (numismatiek) (Suriname) biljet van 50 cent
Etymologie
*(verkorting) van banknotoe
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek