bankroet
onzijdig (het)/bɑŋkˈrut/
Wat is de betekenis van bankroet?
bankroet betekent: de toestand van een rechtspersoon die, blijkens rechterlijk onderzoek, niet in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de toestand van een rechtspersoon die, blijkens rechterlijk onderzoek, niet in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen
Voorbeelden van "bankroet" in een zin
- Na het bankroet van de bank konden veel mensen naar hun geld fluiten.
- Bij een bankroet zijn de aandeelhouders, het personeel en de leveranciers vaak de slachtoffers.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bankbreuk, faillissement’ voor het eerst aangetroffen in 1555
Vertalingen
Fransfaillite, banqueroute
DuitsInsolvenz, Zahlungsunfähigkeit, Bankrott
Spaansbancarrota, quiebra
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek