bankroof
mannelijk (de)/'bɑŋkrof/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (financieel), (misdaad) het beroven van een bankEen grote bankroof plegen.
Vertalingen
Engelsbank robbery
Franscambriolage d'une banque
DuitsBankraub
Spaansrobo de bancos
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek