bankrun

/'bɑŋkrʏn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. financieel (financieel) verschijnsel waarbij een groot aantal klanten van één bank hun geld van hun rekeningen halen, waardoor bij de bank een acuut liquiditeitsprobleem ontstaat.
    Spaanse bank sluit na bankrun [http://www.nu.nl/beurs/4011969/spaanse-bank-sluit-bankrun.html www.nu.nl]

Vertalingen

Engelsbank run, bankrun, run on the bank
DuitsBankrun