bara

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbara/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) (Suriname) rond koekje met in het midden een gaatje, van gemalen urdiboontjes, gebakken in olie
    Een bara houdt het midden tussen een hartige donut en een hartige oliebol.

Etymologie

*van "बार" [bāra] "gat, poort"