barbaarsheid

vrouwelijk (de)/bɑr'barshɛɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de gruwelijkheid, wreedheid en achterlijkheid die zou passen bij onderontwikkelde mensen en volkeren
    Franciscus riep in herinnering dat in de oude Egyptische beschaving de zoektocht naar kennis en een ruimdenkende opleiding hoog aangeschreven stonden. Eenzelfde houding is nu noodzakelijk, in de strijd tegen wat de paus noemt de barbaarsheid van religieus extremisme.
  2. iets wat getuigt van achterlijkheid

Etymologie

* afleiding van barbaars

Vertalingen

Engelsbarbarousness, barbarity, inhumanity