barbaarsheid
vrouwelijk (de)/bɑr'barshɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de gruwelijkheid, wreedheid en achterlijkheid die zou passen bij onderontwikkelde mensen en volkerenFranciscus riep in herinnering dat in de oude Egyptische beschaving de zoektocht naar kennis en een ruimdenkende opleiding hoog aangeschreven stonden. Eenzelfde houding is nu noodzakelijk, in de strijd tegen wat de paus noemt de barbaarsheid van religieus extremisme.
- iets wat getuigt van achterlijkheid
Etymologie
* afleiding van barbaars
Vertalingen
Engelsbarbarousness, barbarity, inhumanity
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek