Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
barg
mannelijk (de)/bɑrx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (veeteelt) gesneden mannetjeszwijn (beer)
zelfstandig naamwoord
- overdekte hooibergplaats
Etymologie
* [B]: Aangetroffen vanaf 1022; Middelnederlands berch, barch ‘korenberg, schuur’; bijvorm van berg ‘berging voor hooi of graan’ (zie aldaar).
Vertalingen
Engelsbarrow
Franscastrat
DuitsBorg, Altschneider
Russischборов
Deensgalt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek