Bas
mannelijk (de)/bɑs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- zanger met een basstem, baszanger
- laagste partij in een muziekstukOp de piano speelt men met de linkerhand de baspartij
- laagste mannenstemDe bas is lager dan de bariton
- (muziek) (beroep) een zanger met deze lage mannenstemDe corpulente man had een prachtige bas
- (muziekinstrument) het laagstklinkende muziekinstrument uit een familie, bijvoorbeeld contrabas, basgitaar etc.De contrabas wordt staande bespeeld.
- dochter, meisje
- stuiver
Etymologie
* [2.5, 2.6] Herkomst: Jiddisj
Vertalingen
Spaansbajo
Poolsbas
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek