basisuitrusting

vrouwelijk (de)/'bazɪsœytrʏstɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dat wat minimaal nodig is om een taak te kunnen vervullen
    De VVD pleit al jaren voor het inzetten van tasers. Dit voorjaar nog hebben we als VVD 5 miljoen euro vrijgemaakt voor stroomstootwapens en nu komt er nog eens 25 miljoen. De politie houdt ons veilig en wij moeten hén veilig houden. Dus stuur je die mannen en vrouwen zo goed mogelijk voorbereid op pad. Een taser in de basisuitrusting is hard nodig.

Vertalingen

Engelsbasic equipment