baskant

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de zijde van een muziekinstrument dat de lage tonen produceert
    Het tweede bijzondere aan deze cd is het instrumentarium. Alexander Melnikov bespeelt een Graffortepiano uit 1828. De baskant daarvan is veel milder van klank dan bij een moderne piano, en bepaalde hoge akkoorden klinken bijna impressionistisch (nummer 6, deel 3).