basketbalsport

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sport (sport) een sport gespeeld door twee teams van vijf spelers die punten scoren door een bal in de korf van de tegenstander te gooien
    Deze week ontving Boot de prestigieuze Frans Banninck Cocq-penning van de stad Amsterdam, waar hij met zijn sport begon, voor zijn grote verdiensten in de basketbalsport.
    De Harlem Globetrotters trekken regelmatig de wereld over om demonstratiewedstrijden te spelen. Met atletische hoogstandjes en de nodige humor proberen ze mensen enthousiast te maken voor de basketbalsport.