bastaardvloek

mannelijk (de)/'bɑstartfluk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. is een door klankverandering van een echte vloek afgeleide krachtterm, die daardoor beoogt minder aanstoot te geven, zoals potverdomme of jasses.
    Woordenboekenmaker Van Dale komt in maart met een gekuist, christelijk schoolwoordenboek. Het `Pocketwoordenboek Nederlands` voor kinderen van acht tot twaalf jaar bevat geen schuttingwoorden, bastaardvloeken, vulgaire taal en seksueel getinte woorden. NRC 1 februari 2007