bat

onzijdig (het)/bɛt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sport (sport) slaghout waarmee bij sporten als honkbal en cricket de bal gespeeld wordt
  2. sport (sport) plankje aan een steel waarmee bij het tafeltennissen de bal wordt geslagen
zelfstandig naamwoord
  1. verkeer (verkeer) schot van planken, als tijdelijk als brug over een sloot of als vaste brug zonder leuning
  2. waterbeheer (waterbeheer) lage waterkering
  3. verkeer, spoorwegen (verkeer), (spoorwegen) verhoging waarop een weg of spoorweg is aangelegd
zelfstandig naamwoord
  1. dochter, meisje
zelfstandig naamwoord
  1. straattaal (straattaal) (Bargoens) dom persoon

Etymologie

*[C] van (bat) "dochter"