bataljonscommandant

mannelijk (de)/batɑlˈjɔnskɔmɑnˌdɑnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bevelhebber van een bataljon (legereenheid van 400-2000 manschappen)
    Zeg eens, mijn beste Michajlo Mitritsj, wendde hij zich tot een van de bataljonscommandanten (de bataljonscommandant stapte glimlachend naar voren; het was hen beiden aan te zien dat ze dik tevreden waren), dat was me het nachtje wel.