baud
mannelijk (de)/bɑut/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (eenheid), (elektrotechniek), (informatica) eenheid van snelheid van informatieoverdracht van een datatransmissiekanaal (modem, telefoonlijn etc.)
Etymologie
*(eponiem): verkorting van de naam van de 19e eeuwse Franse ingenieur , in de betekenis van ‘eenheid van transmissiesnelheid’ voor het eerst aangetroffen in 1975
Vertalingen
Engelsbaud
Fransbaud
DuitsBaud
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek