baviaan

mannelijk (de)/bɑvi'jan/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. primaten (primaten), , een aap van het geslacht Papio (bavianen) binnen de familie Cercopithecidae met een korte staart en een vooruitstekende snuit
    In de dierentuin waren verschillende soorten bavianen te bezichtigen.
    De aandelenmarkt was natuurlijk de andere. Twee jaar geleden steeg de aandelenindex met 57 procent, vorig jaar met 65 procent en de prognose voor dit jaar lag tussen de 82 en 85 procent. Zelfs een baviaan die pijltjes gooide naar de aandelenlijst kon niet mislukken.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘hondsaap’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1573

Vertalingen

Engelsbaboon
Fransbabouin
DuitsPavian
Spaansbabuino
Italiaansbabbuino
Poolsbawian