beaam

Wat is de betekenis van beaam?

beaam betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beamen

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beamen
  2. gebiedende wijs van beamen
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beamen

Voorbeelden van "beaam" in een zin

  • Ik beaam.
  • Beaam!
  • Beaam je?