bebop

mannelijk (de)/'biːbɔp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziek (muziek) een muziekstijl ontstaan in de jaren 1940 in de jazz die complexe ritmes en harmonieën bevat die vaak een dominante positie innemen
  2. dans horend bij bebop muziek

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘bepaalde stijl van jazz en dans’ voor het eerst aangetroffen in 1954