bedding

mannelijk/vrouwelijk (de)/'bɛdɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de uitholling in het landschap waarin een stroom of beek zich voortbeweegt
    De bedding van de Eufraat heeft zich in de oudheid verplaatst, waardoor sommige steden in de woestijn kwamen te liggen en verlaten werden.

Etymologie

*Afgeleid van bed of van het verouderde werkwoord bedden

Vertalingen

Engelsbed, watercourse
Spaanscauce, yacimiento