bedienaar

mannelijk (de)/bə'dinar/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die een machine bestuurt
    De bedienaar van de brug is vervangen door een geautomatiseerd computersysteem.
  2. geestelijke in een geloof zoals bijvoorbeeld een dominee of priester
    Hetgeen gebeurd is valt zeer te betreuren maar we mogen niet vergeten dat geloven mensenwerk is en dat ook de bedienaars van het geloof fouten kunnen maken. NRC Adrie van Zon 31 augustus 2004

Etymologie

van bedienen