bediende
mannelijk/vrouwelijk (de)/bəˈdində/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) iemand in een ondergeschikte betrekkingHet woord knecht en bediende is vervangen door werknemer.'Otto is de bediende van mijn broer,' zegt Maren.
- (beroep) huisknechtHuishoudelijke apparatuur heeft de functie van bediende grotendeels overgenomen.Ze was niet langer de bediende die het huis van vlekken ontdeed; ze zou een onuitwisbaar stempel drukken dat niemand nog zou vergeten.Ze was niet langer de bediende die het huis van vlekken ontdeed; ze zou een onuitwisbaar stempel drukken dat niemand nog zou vergeten.
- (beroep) officiële benaming voor alle werknemers die geen arbeider zijn, beambte, ambtenaar of employé b.v. iemand die eten en of drinken brengt in een horecagelegenheidDe bediende was nergens te bekennen, dus moesten we lang wachten op ons drankje.
Etymologie
*: "bediend" met de uitgang -e
Vertalingen
Engelsboy, clerk, servant
Spaanscriado, empleado, sirviente
Poolssłuzacy
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek