bedoeïen

mannelijk (de)/bedu'win/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. nomadische arabier
    Boven het gebrom van de koelkast, en het getik van de regen tegen het raam, het stoten van zijn knie tegen de lage tafel, weersprak hij de aantijgingen, maar nog vaker corrigeerde hij de beweringen, lachte spottend om de onhandige beschrijvingen van de getuigen, schold hen uit voor ezels en ongeschoolde bedoeïenen.

Etymologie

*nomadische woestijnbewoner

Vertalingen

Engelsbedouin