bedrading

vrouwelijk (de)/bə'dradɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het bedraden
  2. elektrotechniek (elektrotechniek) geheel van (elektrische) leidingdraden
    Maar wat Azzedine bovenal opvalt zijn enkele schetsen van mechanische onderdelen waartussen twee grove handen in een onbegrijpelijk net van bedrading en schroefjes verstrengeld zijn.

Etymologie

*Afgeleid van draad

Vertalingen

Engelswiring
Spaanscableado, alambrado