bedrijfsfitness

mannelijk/vrouwelijk (de)/bəˈdrɛifsfɪtnəs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een aan een onderneming gerelateerde sportschool
    Kletsen met collega’s is de favoriete manier om te relaxen. Roken en koffie halen worden ook veel genoemd. De wc is voor 14 procent een prima plek zich te ontspannen. Slechts 2 procent noemt de bedrijfsfitness.
  2. het sporten in een sportschool gerelateerd en betaald door een onderneming
    Onder die regeling kunnen werkgevers onbelast vergoedingen geven aan hun werknemers, als het totaalbedrag onder 1,2 procent van de totale loonkosten blijft. Die vergoedingen kunnen fietsen zijn, maar ook bijvoorbeeld personeelsfeestjes, kerstpakketten of bedrijfsfitness.
    Dat zijn van die moeilijk definieerbare dingen uit de sport. Je wordt er fitter en weerbaarder door. Bepaalde instanties zoals de Universiteit Twente onderkennen die meerwaarde ook. Tussen de middag wordt daar bedrijfsfitness gegeven, op kosten van de UT.”