bedrijfstak

mannelijk (de)/bə'drɛɪfstɑk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. economie (economie) de verzamelnaam voor een groep organisaties/bedrijven die bijdragen aan gelijksoortige producten of diensten
    Het CBS heeft de Nederlandse economie verdeeld in 10 bedrijfstakken:Landbouw, bosbouw en visserij; Delfstoffenwinning; Industrie; Energie- en waterleidingbedrijven; Bouwnijverheid ;Handel, horeca en reparatie; Vervoer, opslag en communicatie; Financiële en zakelijke dienstverlening; Overheid; Zorg en overige dienstverlening
    Evenals personeel van andere bedrijfstakken zijn medewerkers van ziekenhuizen ook mensen, dacht Chantal.

Vertalingen

Engelsindustrial branch