bedrijven

/bəˈdrɛivə(n)/

Wat is de betekenis van bedrijven?

bedrijven betekent: (ov) aan iets doen

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) aan iets doen
  2. plegen

Voorbeelden van "bedrijven" in een zin

  • Hij is al jaren sport aan het bedrijven.
  • De bekende crimineel bedreef misdaad na misdaad.

Betekenis en uitleg van bedrijven

Het woord 'bedrijven' verwijst naar organisaties of ondernemingen die producten of diensten aanbieden om winst te maken. Het kan zowel grote multinationals als kleine lokale winkels omvatten, en het draait allemaal om economische activiteiten en commercieel handelen.

Je gebruikt het woord 'bedrijven' vaak wanneer je het hebt over de zakelijke wereld of economische activiteiten. Het kan ook verwijzen naar de manier waarop organisaties zich organiseren en functioneren. In verschillende contexten kan 'bedrijven' zowel een positieve connotatie hebben, zoals innovatie en groei, als een negatieve, zoals concurrentie en uitbuiting.

Voorbeelden

  • Veel bedrijven hebben de afgelopen jaren hun focus verlegd naar duurzaamheid.
  • Tijdens de netwerkbijeenkomst ontmoette ik verschillende bedrijven die actief zijn in de technologiebranche.
  • De overheid biedt subsidies aan om startende bedrijven te ondersteunen bij hun groei.

Woordoorsprong

Het woord 'bedrijven' is afgeleid van het Oudnederlands 'bedrijven', wat zoiets betekent als 'in actie komen' of 'werken'. Het heeft een sterke connectie met de ontwikkeling van de handel en het ondernemerschap door de eeuwen heen.

Veelgestelde vragen over bedrijven

Wat is de betekenis van bedrijven?

bedrijven betekent: (ov) aan iets doen

Hoeveel betekenissen heeft bedrijven?

bedrijven heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je bedrijven in een zin?

Voorbeeld: “Hij is al jaren sport aan het bedrijven.

Etymologie

*Afgeleid van drijven

Uitdrukkingen

  • tussen de bedrijven doortijdens andere bezigheden iets doen waardoor je er dus minder aandacht voor kunt hebben

Vertalingen

Engelscommit
Fransfaire, commettre
Duitstreiben
Spaansejercer, cometer, hacer