bedruipen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov, kookkunst (ov) (kookkunst) druppelsgewijs vochtig houden
    Een kalkoen blijft heerlijk mals als je deze tijdens het braden regelmatig bedruipt met braadvocht.
  2. refl (refl) zich ~: zich redden, voor zichzelf zorgen
    Oh, die weet zich wel te bedruipen, hoor!

Etymologie

*afgeleid van druipen

Vertalingen

Engelsbaste, support oneself, pay one's way
Fransse suffrire
Duitssein auskommen haben
Spaansrociar, mantenerse