bedrust
mannelijk/vrouwelijk (de)/'bɛtrʏst/
Wat is de betekenis van bedrust?
bedrust betekent: de rust die je in bed geniet
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de rust die je in bed geniet
- voorschrift van een arts waarbij de patiënt ook overdag in bed moest blijven liggen
Voorbeelden van "bedrust" in een zin
- Hij genoot van de welverdiende bedrust.
- Vroeger schreven artsen bij veel klachten bedrust voor, tegenwoordig moet je bijna altijd je bed uit van de dokter.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek