beduchtheid
vrouwelijk (de)/bə'dʏxthɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- toestand van vrees en angst; hoe bang iemand is
Etymologie
* afleiding van beducht
Vertalingen
Engelsfear
Spaansmiedo, temor
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* afleiding van beducht