beef
mannelijk (de)bef
Wat is de betekenis van beef?
beef betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beven
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beven
- gebiedende wijs van beven
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beven
zelfstandig naamwoord
- felle, langer durende onenigheid met een ander
- vete tussen twee rappers, muzikaal vormgegeven in een reeks nummers waarin ze elkaar beschimpen
Voorbeelden van "beef" in een zin
- Ik beef.
- Beef!
- Beef je?
Etymologie
[A} beven ww zonder de uitgang -en, waarbij de slotmedeklinker stemloos wordt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek