beef

mannelijk (de)bef

Wat is de betekenis van beef?

beef betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beven

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beven
  2. gebiedende wijs van beven
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beven
zelfstandig naamwoord
  1. jongerentaal_in_het_nederlands felle, langer durende onenigheid met een ander
  2. muziek_in_het_nederlands vete tussen twee rappers, muzikaal vormgegeven in een reeks nummers waarin ze elkaar beschimpen

Voorbeelden van "beef" in een zin

  • Ik beef.
  • Beef!
  • Beef je?

Etymologie

[A} beven ww zonder de uitgang -en, waarbij de slotmedeklinker stemloos wordt