beetpakken

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) grijpen en vasthouden
    Hij pakte de dader beet en belde de politie.
    'Mag ik ook even, Nikki?' Gijs duwt zijn dochter een stukje opzij en pakt me dan zo stevig beet dat ik van de grond kom.
    Ook Gijs is de laatste jaren weggesijpeld uit mijn bestaan, alsof hij te vloeibaar was geworden om nog beet te kunnen pakken.

Vertalingen

Spaanscoger, agarrar, asir