beet

mannelijk (de)/bet/

Wat is de betekenis van beet?

beet betekent: samenklemming tussen de kaken

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. samenklemming tussen de kaken
  2. dat wat je met één keer bijten kunt eten, hap
  3. steek door de monddelen van een kaakloos wezen, zoals een insect
zelfstandig naamwoord
  1. plantkunde, verouderd (plantkunde) (verouderd) benaming voor planten uit het geslacht
zelfstandig naamwoord
  1. tweede letter van het Hebreeuwse alfabet
  2. getal twee
zelfstandig naamwoord
  1. huis (als deel van woordcombinaties)

Voorbeelden van "beet" in een zin

  • De beet van een dolle hond is een ernstige zaak.
  • 'We waren gewaarschuwd dat we daar niet bij in de buurt moesten komen, omdat hun beet giftig is, maar deze was machtig mooi.
  • Ik neem een beet van de koek.
  • De huilende baby zat onder de beten, want er was een mug in de kamer.

Etymologie

*[D] van (beit) "huis"

Vertalingen

Engelsbet, bet
Fransmorsure
Spaansmordisco, picadura