biet
mannelijk/vrouwelijk (de)/bit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) een plant die om de wortelknol geteeld wordtDe biet groeide niet goed.
- (groente) de wortelknol van de bovenstaande plantHij liet de zak met bieten per ongeluk vallen.
Etymologie
*Ontleend aan het Volkslatijnse *bẹta, klassiek beta ("biet")
Vertalingen
Engelsbeet
Fransbetterave
DuitsRote Bete
Spaansacelga, betabel, betarraga
Portugeesacelga, beterraba-açucareira, beterraba-forrageira
Russischсвёкла, свекла красная, свекла столовая
Chinees甜菜 tian cai
Arabischبنجر, شمندر, سلق
Turkspancar
Poolsburak zwyczajny, ćwikła
Zweedsbeta, foderbeta, fodersockerbeta
Deensbederoe, bede
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek