beginner

mannelijk (de)/bə'ɣɪnər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die nog maar net iets gaan beoefenen
    Hij schreef een bridgecursus voor beginners.

Etymologie

*afgeleid van beginnen

Vertalingen

Spaansdebutante, principiante
Deensbegynder