begonnen

Wat is de betekenis van begonnen?

begonnen betekent: meervoud verleden tijd van beginnen

Betekenis

werkwoord
  1. meervoud verleden tijd van beginnen
  2. woorden met boekreferenties voltooid deelwoord van beginnen

Voorbeelden van "begonnen" in een zin

  • Wij begonnen.
  • Jullie begonnen.
  • Ze waren begonnen met het vermoorden van burgers door niet alleen Berlijn maar ook andere Duitse steden te bombarderen.

Betekenis en uitleg van begonnen

Het woord 'begonnen' verwijst naar de actie van iets in gang zetten of starten. Het duidt op het moment waarop een activiteit of proces aanvangt, vaak met een gevoel van verwachting of nieuwheid.

Je gebruikt 'begonnen' vaak om aan te geven dat er een nieuwe fase of activiteit is ingegaan, zoals het beginnen van een project, studie of relatie. Het woord kan ook een gevoel van opwinding of urgentie met zich meebrengen, vooral wanneer het gaat om iets wat langverwacht is. Het is een perfect woord om aan te geven dat de eerste stap is gezet, al kan het ook een gevoel van onzekerheid met zich meebrengen, afhankelijk van de context.

Voorbeelden

  • Na maanden van voorbereiding zijn ze eindelijk begonnen met de bouw van hun nieuwe huis.
  • Hij is net begonnen aan zijn studie geneeskunde en voelt zich zowel nerveus als enthousiast.
  • Ze zijn begonnen met het organiseren van het evenement, maar er is nog veel werk aan de winkel.

Woordoorsprong

Het woord 'begonnen' is afgeleid van het Werkwoord 'beginnen', dat teruggaat op het Oudnederlands en verwant is aan het Duitse 'beginnen'.

Veelgestelde vragen over begonnen

Wat is de betekenis van begonnen?

begonnen betekent: meervoud verleden tijd van beginnen

Hoeveel betekenissen heeft begonnen?

begonnen heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je begonnen in een zin?

Voorbeeld: “Wij begonnen.

Etymologie

*vervoeging van beginnen: de stam met de uitgang -en, zonder ge- vanwege voorvoegsel (is gelijk aan de onbepaalde wijs) maar met een klinkerwisseling i-o (IPAː /ɪ/ - /ɔ/)