behaagzucht
mannelijk/vrouwelijk (de)/bə'haxsʏxt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het overdreven verlangen om het anderen naar de zin te maken, en met name om anderen te verleidenMaurits van Lohuijzen, emeritus hoogleraar letterkunde, stokoud en het slachtoffer van een ziekelijke behaagzucht, organiseerde regelmatig literaire avonden in zijn bovenwoning aan de Looiersgracht, bijeenkomsten die intellectuelen van allerlei slag aantrokken, niet alleen schrijvers, journalisten en redacteuren, maar ook een hoop theatermensen, dansers, en een enkele fotograaf, die elkaar in de luisterrijke maar bedompte excentriciteit van Van Lohuijzens woning opzochten om elkaar van de laatste misstanden in de uitgeverswereld op de hoogte te brengen, een in vergetelheid geraakte of afgedankte vriend weer in het literaire zadel te hijsen, of voorzichtig onder het belezen publiek te peilen of er nog animo bestond voor een lang opgegeven manuscript dat ergens in een lade lag weggestopt.
Vertalingen
Engelsflirtation
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek